Print deze pagina

Duiken en uitloden

Duiken en uitloden…

moet het wat meer... 
of mag het ook wat minder zijn ?

Bij het leren zwemmen komt het erop aan om bewegingen en technieken aan te leren die je in het water drijvende houden. Bij het duiken leren we technieken aan om je onderwater te begeven en je volledig ondergedompeld te bewegen met liefst zo weinig mogelijk inspanningen. In dit gegeven spelen ballast (lood) en luchtkamers (jacket, trimvest maar ook longen en duikpak) de hoofdrollen.

Voor beginnende duikers een totaal nieuw gegeven, voor gevorderde duikers een gegeven waar soms een hele duikcarrière mee geworsteld wordt. Uittrimmen of het bereiken van een goede trim is  een van de moeilijkste vaardigheden voor beginners. Indien door instructeurs aan beginnend duikers van bij de start niet alle elementen worden doorgegeven, is het goed te begrijpen dat er soms een hele duikcarrière problemen blijven bestaan met trimmen.

Hieronder tracht ik alle elementen te duiden die een invloed hebben op het drijfvermogen (bouyancy) van een duiker. Je zal met alle factoren rekening moeten houden wil je een optimale trim, dit is de combinatie van je vlotbaarheid en je houding onder water, te bekomen. Een optimale trim resulteert in comfort en minder luchtverbruik onderwater en dus vooral veiliger duiken. Daarnaast is slecht trimmen vaak nefast voor de fauna en flora onderwater. Opwaaien van stof, beschadigen bodemleven, vasthouden aan wieren en koralen, verstoren en beschadigen de onderwaterwereld. Ook beschadig je vaak je uitrusting hierdoor. Tekort aan ballast zal je een behoorlijke fysieke inspanning vragen doordat je fysiek inspanning moet doen om beneden te blijven. Bovendien zorgt een tekort aan lood voor gevaarlijke situaties vermits het uitvoeren van veiligheidsstops en/of decompressiestops haast onmogelijk worden. Meer dan redenen genoeg om hier voldoende aandacht aan te besteden.

1. Drijven, zweven, zinken

Een voorwerp dat onderhevig is aan zwaartekracht en dat in een vloeistof (of gas) wordt ondergedompeld ondervindt een opwaartse stuwkracht gelijk aan het gewicht van de verplaatste vloeistof (of gas).

Is het gewicht van het ondergedompeld voorwerp groter dan het gewicht van de verplaatste vloeistof (of gas) dan zal het ondergedompeld voorwerp zinken. Is het kleiner dan zal het drijven en is het gelijk dan zal het zweven.

Even verduidelijken;

Een blok lood (s.g. 11,3 kg/dm³) met een massa van 1 kg heeft een gewicht dat groter is dan het gewicht van de hoeveelheid water (s.g. 1 kg/dm³) die door deze massa lood werd verplaatst (0,088 kg). Bijgevolg zal de blok lood zinken in water.

Een ballon gevuld met helium zal omhoog gestuwd worden in de lucht omdat de hoeveelheid lucht verplaatst door de ballon, zwaarder weegt dan het totale gewicht van de ballon.

Luchtbellen stijgen onder water omdat het gewicht van hoeveelheid water die ze verplaatsen veel groter is dan het gewicht van hetzelfde volume lucht.

Belangrijk is dat in dit alles de zwaartekracht een belangrijke rol speelt. In gewichtloze toestand speelt de wet van Archimedes niet. Druppels water en ook astronauten zweven in een met lucht gevuld ruimtetuig !

Als we willen duiken moeten we er dus voor zorgen dat we zinken in het water. Het komt er dus eigenlijk op aan om ons soortelijk gewicht (totaal gewicht gedeeld door ons volume) hoger te krijgen dan het soortelijk gewicht van het water waarin we gaan duiken. Dit geldt zowel voor ons lichaam als voor onze duikuitrusting.

2. Hulpmiddelen om ons soortelijk gewicht te verhogen of te verlagen.

Voor het verhogen van ons soortelijk gewicht gaan we gebruik maken van loodblokjes. Prijs/kwaliteit en hanteerbaarheid biedt lood de beste oplossing.

Voor het verlagen van ons soortelijk gewicht gaan we gebruik maken van lucht die we in een luchtzak gevangen houden nl. de trimvest ook wel jacket of bcd (buoyancy control device) genoemd.

3. Uitloden in het zwembad

Het soortelijk gewicht van het menselijk lichaam bij een atletisch gebouwd persoon is gemiddeld 0,975 kg/dm³. Dit ondanks het feit dat onze botten en spieren een hoger soortelijk gewicht (1,08 kg/dm³ voor spieren) hebben dan water en zinken. Het verschil wordt gemaakt doordat er een aantal holten zijn in ons lichaam die gevuld zijn met lucht (longen, luchtwegen, sinussen, middenoor, gassen in darmen) en de ene persoon wat meer reserve (vetweefsel= lichter dan water s.g. 0,9 kg/dm³) heeft. Een andere is meer gespierd  of heeft zwaardere botten en zal makkelijker zinken. Er zijn zeker wat persoonlijke verschillen mogelijk.

Dit betekent dat een gemiddeld persoon met een gewicht van 80 kg   80 x 0,025 kg of zeker 2 kg ballast nodig heeft om te zweven in zoet water. Voeg daarbij dat we niet allen een super atletisch figuur hebben en dan komen we snel bij ongeveer 3 - 4 kg lood voor de zwembadtrainingen.

Voor jeugdduikertjes 40 kg en  vrouwelijke duikers met een gewicht van een 60 kg zien we dat deze vaak voldoende hebben aan 2 of respectievelijk 3 kg lood. 

We gebruiken deze hoeveelheid lood bij training zodat we met een minimum aan inspanning onderwater kunnen blijven. Je bevestigt zoveel lood aan je gordel zodat je met maximaal gevulde longen net niet zinkt. Zodra je op de bodem van het zwembad staat vertrekkend van de oppervlakte na maximaal inademen, mag je toch niet gaan stijgen. Je gebruikt best loodblokjes die voorzien zijn van een plastic beschermlaag. De loodgordel heeft een gesp die snel en met een handbeweging kan geopend worden.

Let erop dat je zwembaduitrusting niet van het drijvende type is. Dit zorgt er alleen maar voor dat je nog meer lood zal moeten gebruiken tijdens de training. Bovendien is het niet handig dat uitrustingsstukken alleen op weg gaan naar de oppervlakte wanneer je deze bij oefeningen onderwater uit doet. De meeste duikbrillen met echt veiligheidsglas (dus geen polycarbonaat of plexiglas) zinken. Ook de meeste vinnen zijn van het zinkende type. Wees voorzichtig met goedkope vinnen die verkocht worden in een aantal strandshop’s en vakantiecentra alsook vinnen die gebruikt worden door bodyboarders. Op deze plaatsen en voor deze sporten zijn drijvende vinnen wel een plus als je ze per ongeluk verliest in de branding of tijdens het snorkelen in zee. Voor duiktrainingen zijn deze echter niet geschikt.

4. Uitloden in open (zoet) water

Indien we in open water gaan duiken dan moet het totaal van ons gewicht gedeeld door ons volume liefst meer bedragen dan 1. Het soortelijk gewicht van zoet water is quasi 1 kg/dm³. Dat is het streefdoel maar hoe gaan we dit bereiken ?

Het positief of negatief drijfvermogen wordt uitgedrukt in kilogram en is niet meer dan het gewicht van het voorwerp (uitrustingsstuk) boven water, verminderd met de opwaartse stuwkracht (of het gewicht van het door het voorwerp verplaatste water).

Vb.1) Een niet gevulde duikfles in staal van 12 liter 300 bar heeft een gewicht van 19,8 kg. Ondergedompeld verplaatst deze fles 15,6 liter water (volume kranen, dikte fleswand, volume flesvoet). Leeg ondergedompeld heeft deze fles nog een positief gewicht (=negatief drijfvermogen) van 19,8 kg -15,6 kg = 4,2 kg.

Leeg gaat deze duikfles nog steeds naar de bodem zinken en geeft deze fles de duiker een ballast van 4,2 kg.

Vb.2) Een niet gevulde duikfles in aluminium van 7 liter 230 bar heeft een gewicht van 9,8 kg.
Ondergedompeld verplaatst deze fles 10,6 liter water (volume kranen, dikte fleswand, volume flesvoet). Leeg ondergedompeld heeft deze fles een negatief gewicht (=positief drijfvermogen) van 9,8 kg - 10,6 kg = -0,8 kg.

Leeg gaat deze fles naar de oppervlakte stijgen en zal de duiker 0,8 kg ballast (lood) extra nodig hebben om het drijven van deze lege fles te compenseren.

Bij het uitloden streven we naar een gewichtsneutrale toestand zodat de duiker in het water zweeft en zonder inspanning op dezelfde diepte kan blijven. We gaan hierbij steeds uit van een toestand waarbij de duikflessen van de duiker leeg zijn ! Op het einde van een duik is je lucht voor het grootste deel opgebruikt en moet je toch voldoende ballast (lood) bij je hebben zodat je op relatief geringe diepte van 5 tot 3 meter nog steeds zonder moeite onder blijft. Zoniet kom je in problemen bij het maken van veiligheids- of decompressiestops.

Het is als duiker zeker nuttig om een juist beeld te hebben van het positief of negatief drijfvermogen van onze verschillende uitrustingsstukken in water.

Positief drijfvermogen

  • Lichaam van de duiker (zie punt 3)
    Duikpak in neopreen of droogpak
    Duikflessen indien vervaardigd uit lichte materialen (carbon, aluminium)
    Jacket of BCD in functie van het type

Negatief drijfvermogen

  • Duikflessen indien vervaardigd uit staal
    Ontspanners, Lood en loodgordel, Mes, Lamp, duikvinnen (zware type)
    Jacket of BCD in functie van het type (metalen rugplaat)
    Neutraal drijfvermogen;
    Jacket of BCD in functie van het type
    Masker, vinnen, osb, instrumenten.

Het gewicht van lucht;
Met het gewicht van lucht in onze duikflessen houden we in principe GEEN rekening. Op het einde van de duik bedraagt je luchtreserve in principe nog 50 bar. In noodsituaties kan het  echter gebeuren dat je lucht volledig opgebruikt raakt en je naar de oppervlakte moet stijgen op de tweede ontspanner van je buddy. In deze situatie te weinig uitgelood zijn is zeer gevaarlijk door het niet kunnen aanhouden van de (veiligheids)trapdiepte.
Lucht weegt  per m³ (1000 liter) 1,29 kg. Een gevulde 12 literfles 300 bar bevat 3600 liter lucht welke een gewicht heeft van 0,00129 kg/liter x 3600 liter = 4,644 kg

Laat ons even de optelsom maken van het drijfvermogen van een volledige uitgeruste duiker met een lichaamsgewicht van 80 kg die gaat duiken met een stalen 12 literfles 300 bar en die wil gaan duiken in zoet water. Zijn fles is uitgerust met twee ontspanners en de duiker gebruikt een gewone bcd waarvan we aannemen dat deze leeg een quasi neutraal drijfvermogen heeft. Kortom een situatie zoals die mogelijk voorkomt bij de eerste openwaterduiken.

Dia1

 Deze duiker zal met deze uitrusting een ballastbehoefte hebben van 7,5 kg die bijkomend moet bevestigd worden aan de uitrusting. Je zou kunnen stellen dat je 7,5 kg lood bevestigt aan een loodgordel doch evenwel. Een loodblokje heeft ook een bepaald volume en ondervindt dus ook een opwaartse stuwkracht. Een loodblokje van 1kg boven water zal onderwater minder wegen.  

5. Uitloden in zout water

Indien deze duiker met volledige uitrusting gaat duiken in zeewater dan is de opwaartse stuwkracht gelijk aan het volume van de volledige duiker met uitrusting vermenigvuldigd met het soortelijk gewicht van het verplaatste zeewater. Zeewater heeft in onze streken een soortelijk gewicht van 1,024 kg/dm³ (of liter). In onderstaande tabel zie je welke verschillen dit maakt.

Dia2

Indien deze duiker gaat duiken in zeewater zal deze zeker drie kilogram ballast meer moeten meenemen dan in zoet water om dezelfde toestand van neutrale vlotbaarheid of zweven te bereiken.

6. Het gewicht van lood

Lood heeft een hoog soortelijk gewicht maar heeft net als andere stoffen een bepaald volume. Dit volume gaat ondergedompeld ook weer een opwaartse stuwkracht krijgen zodat een loodblokje van 1 kg boven water, ondergedompeld nog 0,911 kg weegt in zoet water. Een verlies van een kleine 10%. Dus in bovenstaand voorbeeld zal het zeker aangewezen zijn om 8 kg lood te voorzien in zoet water en 11 kg in zout water.  Hoe we deze ballast best aanbrengen bespreken we verder onder het puntje trimmen.

7. Het gewicht van lucht

In de voorgaande berekeningen voor de behoefte aan ballast (lood) hebben we geen rekening gehouden met het gewicht van de lucht. Reden hiervoor is dat je de lucht tijdens de duik verbruikt en je dus lichter gaat worden. Het gewicht van je duikfles vermindert maar het totale volume van je duikfles wijzigt echter niet. Daarom wordt de opwaartse stuwkracht van het water groter naarmate je luchtvoorraad en dus het gewicht van de lucht afneemt.

Met het gewicht van lucht houden we dus best wel rekening. Dit gewicht kan bij grote duiksets toch wel oplopen. Bij een enkele 12 litertank 300 bar gevuld is dit 4,644 kg. Bij een dubbelset met 24 liter is dit het dubbele of 9,288 kg !

Bij de start van de duik gaan we dus eigenlijk dit extra gewicht moeten meedragen wat zijn gevolgen heeft op onze vlotbaarheid. Om het negatieve effect van het gewicht van de meegevoerde lucht te compenseren gaan we gebruik maken van een luchtkamer die we bij het duiken meenemen, dit is de jacket of bcd (buonancy control device). Een andere reden waarom we een jacket of bcd nodig hebben is het feit dat de lucht in ons duikpak (zowel droge als natte duikpakken) wordt samengedrukt. Het volume van het duikpak wordt kleiner maar het gewicht blijft. Het duikpak gaat ons dus voor minder opwaartse stuwkracht zorgen. Ook deze verandering gaan we compenseren door hiervoor wat extra lucht in de jacket of bcd te laten.

8. Trimmen

Trim is eigenlijk de houding die de duiker aanneemt onder water. Deze houding stemt best overeen met de lijn waarin de duiker zich voortbeweegt onderwater. Een goede trim zorgt ervoor dat je minder inspanning moet doen om je voort te bewegen en dat je je oppervlakte die weerstand biedt tegen het water, zo klein mogelijk maakt. Een licht voorover gebogen, hoofd naar beneden, trim is aan te bevelen op duikplaatsen waar er risico is dat je het bodemleven met je vinbewegingen beschadigt of waar er kans is voor opstuivend slib of bodemvuil.

duiker 1

Een goede horizontale trim zorgt ervoor dat de kracht nodig voor voortstuwing dadelijk naar achter gericht is en er dus ook geen verstoring is van de bodem en het bodemleven. Om een goede horizontale trim te bekomen moet het zwaartepunt van de duiker zich in dezelfde lijn bevinden als het drijfpunt. Het drijfpunt is de fictieve plaats waar alle krachten die de duiker doen drijven samenkomen m.a.w. het aangrijppunt van de resultante van de Archimedeskrachten.

Er kunnen zich zeker wel kleine verschillen voordoen die hetzij door constante beweging tijdens de duik kunnen gecorrigeerd worden, maar grote afwijkingen corrigeren vraagt om behoorlijke inspanningen tijdens heel de duik, wat resulteert in onnodig luchtverbruik en ook een onveilige situatie. Daarom is het best om een zo goed mogelijke balans, m.a.w. trim, na te streven. Dit kunnen we doen door het juist verdelen van de krachten over het lichaam van de duiker die de duiker doen drijven en doen zinken.

Het drijfpunt van een duiker is  zeer moeilijk aan te passen. Je kan moeilijk je duikflessen een halve meter lager of hoger gaan hangen. Ook is het geen optie om de broek van ons duikpak thuis te laten of in een dunnere uitvoering aan te schaffen. Het enige waar we wel wat invloed met kunnen uitoefenen op het drijfpunt is de keuze van het model van trimvest, doch dit is enkel belangrijk waar de luchtkamers zich het meeste zullen vullen bij een opgeblazen trimvest. De grootste hoeveelheid lucht zal zich bij een jacket situeren aan de voorzijde onder de borststreek van de duiker, bij een zgn. wing- bcd zal de grootste hoeveelheid lucht zich situeren op de rugzijde van de duiker. 

Het beste controle over onze trim hebben we door het verdelen van onze ballast, het lood dat we meenemen bij de duik, over ons lichaam. Het grootste deel van de loodballast plaatsen we best zo dicht mogelijk bij het drijfpunt van de flessen en het grootste volume van ons duikpak. Om deze reden word een loodgordel gebruikt die we best in onze taille of zo hoog mogelijk boven de heupen dragen. Een andere mogelijkheid is loodgewichtjes mee te dragen in onze jacket die meestal voorzien zijn van speciale loodpockets. Doch bij deze oplossing situeert het ballastgewicht zich helemaal vooraan bij de duiker. Dit moet volstaan om een aanvaardbare trimpositie te bekomen. Het verfijnen van de trimpositie kan gebeuren door kleinere gewichten te verdelen over het lichaam van de duiker.

Indien je positie in het water toch nog teveel met je hoofd naar beneden is kan je gebruik maken van enkelgewichtjes. Het bevestigen van enkelgewichtjes kan heel wat effect hebben want een klein gewicht aan de enkels heeft een groot hefboom effect door de lengte van de benen van de duiker. Er is echter ook een nadeel… enkellood vraagt voor wat meer inspanning bij het palmen. In noodsituaties of bij stroming kunnen deze enkelgewichten een zware handicap zijn, zeker indien je geen superconditie hebt. Benen hebben vaak de neiging om te gaan zweven, zeker bij het gebruik van een droogpak. Duikers met droogpak compenseren dit vaak door gebruik van zware duikvinnen (vb. jetfins 2,5 kg) maar in feite komt dit op hetzelfde neer als het gebruik van enkellood. Een andere oplossing is het bevestigen van gewichten onderaan je duikfles. Je zal echter heel wat meer gewicht moeten aanbrengen om hetzelfde effect te bekomen dan met enkelgewichtjes.

Een andere oplossing om een ‘kopzware’ trim te compenseren is het gebruik van een loodharnas. Dit is ook een goede oplossing voor duikers die niet (meer) beschikken over een taille die kleiner is dan hun heupomtrek. Een loodharnas maakt het op een veilige manier mogelijk om de loodballast lager te dragen dan met een loodgordel. De plaats van de grootste hoeveelheid lood op het lichaam kan met dit loodharnas zelfs aangepast worden en tot op de heupen verlegd worden. Ook maakt een loodharnas vaak een betere verdeling van het lood mogelijk en kan het ontstaan drukpunten die mogelijks veroorzaakt worden door loodblokjes die gekneld raken tussen duiktanks en de rug van de duiker, vermeden worden. Ook kan een loodharnas gevuld worden met loodkorrels zodat een zeer fijne afstelling en verdeling van de totale loodballast kan gebeuren.

duiker 2

Indien je positie in het water je hoofd teveel naar boven is gericht dan kan je het omgekeerde doen van bovenstaande. Een makkelijke oplossing is het gebruik van neopreen kuitstukken of het dragen van extra neopreen kniebeschermers. Ook kan je een loodblokje fixeren bovenaan je tank of mee aan de bevestigingsriem van je tank.

De nieuwere bcd’s  (vooral deze van het wing-type) zijn voorzien van afzonderlijke zakjes op de wing voor het bijplaatsen van kleine hoeveelheden lood. Deze zakjes bevinden zich vrij centraal en vlakbij het drijfpunt van de opgeblazen bcd. Deze zakjes warden aangebracht om extra lood te plaatsen bij het duiken in zout water. Alhoewel deze zakjes niet bedoeld zijn voor het plaatsen van loodballast teneinde een goede trim te bekomen, zijn ze zeker bruikbaar om tijdelijk de beste positie van de loodballast te bepalen en een goede trimpositie te bereiken. Ook kan gedacht worden aan het bevestigen van kleine loodblokjes aan de schouderriemen van je jacket.

9. Trim en bcd’s

De hoeveelheid lood die we meenemen en de verdeling ervan over ons lichaam is dus zeker belangrijk. Dit alles is echter ook in grote mate afhankelijk van het type bcd of jacket dat je gebruikt. Indien je bcd van het jacket type is dan vraagt dit een andere plaatsing van de loodblokjes dan indien je een wing type bcd gebruikt of een bcd van het life-jacket type (in duikersjargon wc-bril type) genoemd. Deze drie types bcd’s hebben hun eigen karakteristieken, vooral indien ze volledig opgeblazen worden. Het volume en de vorm van een bcd is niet alleen belangrijk voor je weerstand onder water maar zeker ook voor je houding aan de oppervlakte. Aan de oppervlakte blaas je je bcd vaak volledig op teneinde zo hoog mogelijk boven het gespat van de golven te blijven op weg naar de boot of de oever van het water.
Hieronder geef ik zonder volledig te willen zijn enkele van de voor- en nadelen van ieder type weer. Belangrijkste is evenwel te kijken welk effect deze verschillende types hebben op je positie in het water en aan de oppervlakte.

Bcd’s van het life-jacket type

Dit type was het eerste type bcd dat beschikbaar was en was in de periode 1970-1980 het enige gekende type. De eerste types waren niet gekoppeld aan de luchtvoorraad van de duiker. Ze waren voorzien van een afzonderlijk flesje perslucht om deze op te blazen. Dit types bcd wordt nog maar zelden gebruikt.

Nadelen;          - groot volume voor de borst van de duiker
                             - beperkt drijfvermogen en inhoud
                        - belemmerde bewegingsvrijheid onder water, duwde het hoofd van de duiker
                               voorover door volume in de nek
                        - minder goede bevestiging door bijkomende riemen tussen benen en over de borst
                               van de duiker
                            - lucht kon soms niet uit de vest gelaten worden indien de duiker zich in een positie 
                               met hoofd naar beneden bevond
                        - de duiker hing aan de oppervlakte ahw onder zijn bcd wat het zicht erg belemmerde

Voordelen;      - onafhankelijk van luchtvoorraad
                        - zelf te herstellen
                        - universele maatvoering dus altijd uitwisselbaar aan andere duikers
                        - zeer beperkt onderhoud

duiker 3

Bij gebruik aan de oppervlakte zal een life-jacket type bcd je steeds in een rugpositie brengen op het water. Je lichaam blijft onderwater en je hoofd blijft ook relatief dicht tegen het wateroppervlak. Je zicht wordt in deze houding enorm beperkt door het grote volume dat ontstaat op de borst bij volledig opblazen.

Bcd’s van het jacket type

Dit type is algemeen het meest gebruikte type van bcd bij het duiken. Bij dit type heeft het drijflichaam de vorm van een jasje (jacket) en fungeert het jacket tevens als bevestigingsmiddel voor de duiktank. De benodigde lucht wordt gehaald uit de ademgasvoorraad van de duiker. Er zijn verschillende vormen en ook de inhoud van de jacket kan sterk variëren. De vorm van de jackets zijn niet steeds vrouwvriendelijk. Verscheidene fabrikanten hebben daarom speciale modellen op de markt gebracht waarvan het model aangepast is voor vrouwen.

Nadelen;

- maat moet aangepast zijn aan het postuur van de duiker
- aangepast man/vrouw
- beperkt uitwisselbaar
- bij opblazen kan ademhaling gehinderd worden door druk op borstkas
- vraagt meer aandacht van mededuiker om deze ingeval van nood te bedienen
- vraagt aandacht en onderhoud

Voordelen;

            - comfortabel
            - individueel en aan te passen aan persoonlijke voorkeur en behoeften
            - luchtgeïntegreerd
            - mogelijkheid tot opbergen van lood, aanwezigheid zakken voor opbergen materiaal

duiker 4

Bij gebruik aan de oppervlakte zal dit type bcd je hoger uit het water brengen dan het life-jacket type. Door zijn bouw heeft een jacket-type bcd ook de eigenschaap om de duiker in rugpositie te brengen. Bij volledig opgeblazen jacket kan de ademhaling belemmerd worden bij inspanning om de boot of oever te bereiken.

Bcd’s van het wing-type

Deze bcd’s zijn ontstaan doordat duikers niet langer wilden beperkt worden in hun bewegingsvrijheid onderwater alsook een zo klein mogelijke weerstand wilden van het opgeblazen drijflichaam bij het voortbewegen onderwater. Het drijflichaam bevindt zich zijdelings tussen de tank en de rug van de duiker.  Bijna alle wings zijn voorzien van een systeem van elastische banden die het volume van de drijflichamen ongeacht de hoeveelheid lucht die ze bevatten, tot een minimum beperkt.

De naam wing-bcd is afgeleid doordat de drijflichamen links en rechts van de duiker voorkomen als vleugels (wings) die aan de duiker bevestigd zijn. Bij de eerste types werden deze drijflichamen nog niet voorzien van elastische banden die deze drijflichamen dicht tegen de duiktank aandrukken en was dit ‘vleugeleffect’ nog duidelijker.

Nadelen;

            - in functie van het gekozen model van drijflichaam kan het zijn dat bij een volledig
                 opgeblazen wing, een duiker met het aangezicht in het water komt te liggen
            - een wing is meestal voorzien van een rugplaat waarop de tanks worden bevestigd, deze
                 plaat is meestal gemaakt uit roestvrij staal of aluminium. Bij roestvrij staal maakt dit de bcd
               wel heel wat zwaarder. Dit gewicht is echter enkel een nadeel bij vliegreizen.
            - bij volledig opgeblazen wing is het niet aangewezen om op de buik te zwemmen

Voordelen;
            - zeer grote bewegingsvrijheid voor de duiker
            - weinig weerstand bij voortbeweging onder water
            - grote variatie aan drijflichamen ifv behoeften van de duiker en doel van de duik
            - zwaartepunt en drijfpunt zijn in lijn en grote stabiliteit bij beperkt
                 opblazen aan de oppervlakte
            - minder weerstand boven water
            - duiker wordt aan de oppervlakte ahw opgetild door de drijflichamen indien deze op de rug
                 zwemt

duiker 5

10. Lood in al zijn vormen

Lood voor het verhogen van onze ballast is verkrijgbaar in verschillende vormen. Deze vorm wordt  meestal bepaald door de manier waarop het lood aan de duiker of de uitrusting wordt bevestigd.

Lood is een giftig metaal dat een negatieve invloed heeft op het  milieu. Om deze reden wordt lood meestal voorzien van een plastiek laagje zodat het niet langer in contact kan komen met water of met onze huid. Indien loodkorrels worden gebruikt worden om dezelfde reden deze korrels verzinkt of voorzien van een laagje nikkel.

Loodgordel

Op een loodgordel worden blokken lood geplaatst. Blokken lood zijn te verkrijgen in 2,5 tot 0,5 kg. Het nadeel van loodblokken is dat deze niet meegeven met de rondingen van het lichaam van de duiker. Indien lood geklemd komt te zitten tussen het lichaam van de duiker en een ander uitrustingsstuk (duikfles) kan dit pijnlijke drukpunten geven. Een variant die een oplossing biedt voor dit probleem is een band met loodzakjes waarin buideltjes korrellood (softlood) geplaatst worden. Ook deze zakjes zijn verkrijgbaar in verschillende grootte. Nadeel van softlood is dat na een tijdje toch de bescherming van de loodkorrels verdwijnt en er een veel grotere oppervlakte lood wordt blootgesteld aan het water. Indien je softlood gebruikt en je bemerkt dat er na een duik een witte neerslag (melkachtig vocht) uit de zakjes softlood loopt wijst dit op het verdwijnen van deze beschermlaag. Het is dan  beter om deze loodzakjes te vervangen.

Een loodgordel is voorzien van een gesp die in geval van nood snel kan losgemaakt worden.

Loodblokjes hebben de neiging om spontaan te verschuiven op een loodgordel. Je kan dit verschuiven verhinderen door het plaatsen van loodstoppers. Het zijn kleine kunststof plaatjes die bij op de loodblok geplaatst worden.

Loodpockets in je bcd

Heel wat jackets en ook wing bcd’s zijn voorzien van loodpockets. Hierin kan je zowel loodblokjes als softlood plaatsen. Softlood is iets beter doordat het beter de vorm van de loodpocket zal aannemen. Loodblokjes hebben de neiging om tijdens de duik in deze loodpockets te verschuiven. Er zijn verschillende systemen om deze loodpockets af te werpen in geval van nood. Door het grote verschil aan systemen is het aangewezen dat je tijdens een buddycheck steeds overloopt hoe je in geval van nood deze pockets snel kan verwijderen en hoe deze bij je eigen uitrusting moeten verwijderd worden. Enkel kijken naar een (rood)gekleurde gesp is onvoldoende.

Loodharnas

Een loodharnas is een loodgordel die voorzien is van schouderbanden. Deze loodgordel rust dus niet op je heupen en kan daardoor in de voor je trim meest aangewezen positie bevestigd worden. Een loodharnas is  dus echt niet alleen een zaak voor iets zwaarder gebouwde duikers. Een loodharnas kan heel gelijkmatig gevuld worden met loodkorrels wat een zeer precieze afstelling van de loodballast mogelijk maakt. Ook een loodharnas is voorzien van pockets zodat het lood snel kan afgeworpen worden. 

Enkellood

Enkellood zijn loodblokjes in een gebogen vorm of ook enkelbandjes met een hoeveelheid softlood. Ook loodcilindertjes (Bright-Weights) zijn beschikbaar voor plaatsing op de enkels. Meestal bedraagt het gewicht van een enkelloodbandje 0,5 of max. 1kg. Het bevestigen van ballast aan de benen van de duiker heeft voor- en nadelen. (zie hoger).

Backplate of rugplaat

Het materiaal waaruit de rugplaat van je wing-bcd gemaakt is, speelt zeker ook een rol in het bepalen van je hoeveelheid lood. Doordat dit gewicht zeer centraal geplaatst is op het lichaam van de duiker geven heel wat duikers er de voorkeur aan om een zwaardere backplate te gebruiken om zo wat minder loodblokjes te moeten meenemen. Besef echter dat deze ballast niet kan afgeworpen worden  in geval van nood zonder dat ook het volledige duikstel wordt afgeworpen.

Loodblokjes bevestigd aan de duiktank

Sommige duiktanks zijn vervaardigd uit lichtere materialen zoals aluminium of met carbonvezel versterkt staal. Deze duikflessen gaan dus minder ballast geven (negatief onderwatergewicht) dan hun zwaardere uitvoeringen gemaakt van staal. Ook in staal zijn er nog verschillen naar gelang de maximum gebruiksdruk van deze flessen 200 – 230 -300 bar. Hoe hoger de gebruiksdruk hoe dikker de fleswand en hoe zwaarder de duikfles.

In tropische warme zeeën wordt meestal gedoken met aluminium duiktanks. Je hebt immers geen of slechts een zeer dun duikpak nodig en dus ga je toch maar een zeer beperkte hoeveelheid lood moeten meenemen als ballast. Het wordt echter een heel ander verhaal bij duiken in koud water waar het gebruik van dikkere neopreenpakken of droogpakken aangewezen is. Dan moet je sowieso meer ballast (lood) meenemen en dan maakt het niet echt uit of deze ballast wordt meegenomen onder de vorm van extra lood of onder de vorm van zwaardere duikflessen. Bij het duiken met lichtere flessen zal men vaak staven lood gaan bijplaatsen op deze flessen en tussen de flessen bij een dubbelset. Afhankelijk waar deze geplaatst worden hebben deze de vorm van een V (V-weights) indien het lood tussen de tanks van een dubbelset wordt geplaatst of (P-weights) achteraan op de flessen bij een dubbelset. Deze loodblokken zijn niet afwerpbaar.

Het totale verlies aan gewicht door het gebruik van carbonvezel versterkte flessen wordt voor een groot deel teniet gedaan doordat je meer lood zal moeten meenemen. Toch blijft het voordeel substantieel zeker indien je in aanmerking neemt dat je met carbonvezel versterkte duikflessen over  bijna 50% meer lucht beschikt. (200/230 bar tov 300 bar). Voeg daarbij het geringere gewicht voor transport om deze flessen te vullen, het minder frequent vullen van deze flessen…   Aan iedere duiker om hier individueel een keuze in te maken.

Lood kan ook aan de flessen bevestigd worden met riemen en in zakjes die op de tank worden geplaatst. In dit geval is het zaak de zakjes zo te plaatsen dat de klep aan de onderzijde zit maw indien je de sluitgesp openklikt, de loodblok of het loodzakje vanzelf eruit valt.

11. Lood… mag het wat meer of moet het wat minder zijn ?

 Het bekomen van een goede houding onder water is erg belangrijk. Het laat je toe om met een minimum aan inspanning in alle veiligheid de onderwaterwereld te verkennen. Het is belangrijk dat je voldoende ballast of lood meeneemt maar het zeker zo belangrijk dat de ballast die je meeneemt goed verdeeld is zodat je perfect uitgetrimd bent. Dit is nu net het doel van het uitloden in het zwembad voor je eerste openwaterduik en de controle van je uitloding bij het begin van de eerste duik in zoet water en nog eens opnieuw in zout water.

Te weinig lood

Indien je te weinig lood hebt meegenomen voor een duik dan zal je dat misschien niet dadelijk zijn opgevallen. Met een kleine moeite ben je toch onderwater verdwenen en eens op 3 of 5 meter ging alles prima ! Je duikt rustig verder en dan besluit je terug te keren naar de oppervlakte. Dit is nu net de gevaarlijkste situatie !

Je gaat stijgen, ondertussen heb je 2000 barliter lucht verbruikt en is je gewicht met 2,58 kg verminderd. Je pak zet terug uit en op 10 meter diepte wordt het heel moeilijk om nog beneden te blijven. Uit alle macht ga je palmen, hoofd naar beneden, je verbruikt massa’s lucht op korte tijd, maar het lukt je niet meer, je schiet voorbij je trapdiepte naar boven en raakt niet meer terug naar beneden….

Te weinig lood kan leiden tot zeer ernstige duikongevallen ! Als je met volledig leeg bcd niet spontaan zinkt bij het te water gaan is dit een absolute indicatie om NIET onder te duiken. Dit toch doen brengt je gegarandeerd in een gevaarlijke situatie.

Te veel lood

Te veel lood is veel minder erg dan te weinig lood. Je kan het teveel aan lood steeds compenseren door je bcd wat op  te blazen. Doch ook hier… liever niet. Je moet dit onnodige gewicht meedragen naar de waterkant, je zal heel je duik zwemmen met teveel lucht in je bcd, gevolg van een groter volume is meer weerstand in het water, trim uit evenwicht, meer luchtverbruik, kortere duik, meer verstoren van het bodemleven en in noodsituaties zeker overbodige ballast.

12. Loodverdeling duiker en duikset

We hebben het in voorgaande gehad over de verdeling van lood over het lichaam van de duiker. Daarbij is er nog één belangrijk punt dat moet overwogen worden. Zolang je niet gaat duiken in wrakken of in grotten waarbij het mogelijk is dat je je duikset onderwater moet uitdoen om je door een nauwe doorgang te wurmen, is de kans dat je je van je duikset moet ontdoen onderwater zeer klein. Toch is het niet denkbeeldig dat je vastraakt in een visnet of in vistuig. Stel je voor dat je duikt met een dik 7mm nat pak of een droogpak en je al je loodballast hebt vastgemaakt op je bcd en je duikstel. Je van je duikstel ontdoen is dan bijna onmogelijk bij een nat pak. Bij een droogpak onmogelijk. Een juiste verdeling van de loodballast tussen het duikstel en het lichaam van de duiker is zeker veiliger. Indien je ook zonder duikstel perfect bent uitgelood kan je zonder probleem samen met je buddy stijgen naar de oppervlakte. Bij ernstige problemen met je duikset, kan jijzelf of een andere duiker of deze door de beperkte ballast op je fles en bcd, nog steeds naar de oppervlakte sturen door het opblazen van je bcd. In geval van noodsituaties aan de oppervlakte blijft deze set makkelijker drijven !

13. Conclusie

Dus conclusie….lood het is best niet meer maar het mag zeker niet minder zijn dan nodig… en als het even kan liefst mooi verdeeld zodat we een prima trim hebben in het water.

Het bereiken van een goede trim is misschien wel het moeilijkste voor beginnende duikers. Instructeurs moeten en willen hiervoor ook de nodige tijd nemen om ieder beginnend duiker te helpen en met hen een aantal duiken te maken in zoet water totdat zij een goede houding en trim hebben in het water, tot zij vlot kunnen werken met een bcd en hen misschien ook helpen bij het maken van een keuze (in open water) welk type bcd voor hen het meest comfortabel is. Pas na het bereiken van een goede trim is het aangewezen om te duiken in water met stroming. Stroming gaat de gevolgen van een slechte trim alleen maar uitvergroten en de duik potentieel korter en risicovoller maken.

Het nieuwe duikseizoen begint binnen een goede maand, let’s trim !

Pieter Van Hoof
Assistent-Instructeur Koninklijke duikclub Amphora

Tekeningen door Peter Southwood - Own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org